Als nuchtere Nederlandse ondernemer kijk je soms met verbazing naar megaprojecten van de overheid. Neem nu de F-35, in de volksmond beter bekend als de Joint Strike Fighter. Ook in Nederland zien we deze peperdure straaljagers inmiddels regelmatig opstijgen vanaf vliegbases zoals Leeuwarden en Volkel. Het is een technologisch paradepaardje dat onze vertrouwde F-16's vervangt. Maar achter de glimmende buitenkant en de ronkende PR-praatjes schuilt een onthutsend staaltje wanbeheer waar elke IT-manager of e-commerce directeur direct koude rillingen van krijgt.

Uit een snoeihard rapport van de Amerikaanse rekenkamer (de GAO) blijkt namelijk dat het volledige programma, met een prijskaartje van omgerekend zo'n 1,5 biljoen euro, zwaar onder de maat presteert. Van de meer dan 800 geproduceerde toestellen is momenteel slechts 25 procent volledig inzetbaar voor alle missies. Stel je voor dat je een wagenpark van honderd gloednieuwe elektrische bestelbussen voor je webshop aanschaft, en er staan er dagelijks vijfenzeventig met storingen in de garage. Je bedrijf zou binnen een maand failliet zijn.

Complexe systemen en de valkuil van over-engineering

Wat gaat er precies mis bij dit prestigeproject? Het probleem ligt niet zozeer bij de aerodynamica, maar bij de technologische ruggengraat. De F-35 is in feite een vliegend datacenter. Het toestel kampt met chronische hardware-storingen en hardnekkige, systemische softwarebugs. Daarnaast zijn er aanhoudende tekorten aan reserveonderdelen in de toeleveringsketen, waardoor reparaties tergend langzaam verlopen.

Dit is een klassiek voorbeeld van over-engineering. Men wilde een systeem bouwen dat alles kon: van luchtgevechten tot grondaanvallen en elektronische oorlogsvoering. Door al die complexe eisen in één platform te proppen, is een kaartenhuis ontstaan waarbij één haperende regel code het hele systeem kan platleggen.

De harde parallel met de Nederlandse e-commerce

Voor ons als ondernemers in de e-commerce en telecomsector bevat dit debacle een keiharde, maar waardevolle les. Hoe vaak zien we niet dat bedrijven miljoenen euro's pompen in gigantische, allesomvattende ERP- of CRM-systemen? De belofte is altijd dat deze software alle processen – van voorraadbeheer en klantcontact tot geautomatiseerde marketing – naadloos zal integreren.

De praktijk is echter vaak weerbarstiger. Net als bij de F-35 lopen implementaties vertraging op, blijken modules niet met elkaar te communiceren en zorgen softwarebugs voor uitval van cruciale systemen. Als je webshop platligt tijdens Black Friday omdat een overgecompliceerde API-koppeling faalt, heb je niets aan de theorie dat je systeem 'state-of-the-art' is. Klanten wachten niet tot jouw IT-afdeling de bugs heeft weggewerkt; ze klikken simpelweg door naar de concurrent.

Kies voor wendbaarheid en betrouwbaarheid

De les is simpel: robuustheid en betrouwbaarheid winnen het altijd van ongeteste complexiteit. In plaats van te investeren in één logge monoliet die alles belooft maar niets waarmaakt, doen moderne webshops er beter aan te kiezen voor een modulaire aanpak. Gebruik bewezen, schaalbare SaaS-oplossingen die specifiek doen waar ze goed in zijn. Koppel deze via gestandaardiseerde API's. Werkt een bepaalde tool voor je klantenservice niet meer? Dan vervang je die specifieke module, zonder dat je hele logistieke keten stilvalt.

Technologie moet een middel zijn om je bedrijfsvoering te versnellen, geen molensteen om je nek. Laten we de miljardenstrop van de F-35 vooral zien als een dure waarschuwing: innoveren is prachtig, maar als de basis niet werkt, kom je nooit van de grond.